Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR2999

Datum uitspraak2004-09-29
Datum gepubliceerd2004-09-30
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersRolnummer 0200438
Statusgepubliceerd


Indicatie

Aansprakelijkheid assurantiekantoor voor te laat verzenden van een dossier.


Uitspraak

Arrest d.d. 29 september 2004 Rolnummer 0200438 HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: [appellant], wonende te [woonplaats appellant], appellant in het principaal en geïntimeerde in het incidenteel appel, in eerste aanleg: eiser, hierna te noemen: [appellant], procureur: mr J.V. van Ophem, tegen 1. Assurantiekantoor Concreet V.O.F., gevestigd te Roden, 2. [geïntimeerde sub 2], wonende te [woonplaats geintimeerde sub 2], 3. [geïntimeerde sub 3], wonende te [woonplaats geintimeerde sub 3], geïntimeerden in het principaal en appellanten in het incidenteel appel, in eerste aanleg: gedaagden, hierna gezamenlijk te noemen: Concreet, procureur: mr P. Stehouwer. De inhoud van het tussenarrest d.d. 7 april 2004 wordt hier overgenomen. Het verdere procesverloop Concreet heeft een akte genomen, waarna [appellant] een antwoordakte heeft genomen. Vervolgens hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest. De verdere beoordeling 1. Als gesteld en niet betwist staat vast dat [appellant] zijn rechtsbijstandverzekering via assurantiekantoor Concreet V.O.F. had afgesloten. Het verzoek aan [werknemer van geintimeerde sub 1] (zie de aanvullende vaststaande feiten in het tussenarrest onder 2 , eerste gedachtenstreepje ) is dan ook aan [werknemer van geintimeerde sub 1] gedaan in zijn hoedanigheid van werknemer van Concreet en had met het feit dat [werknemer van geintimeerde sub 1] ook werkzaamheden voor Mercuur verrichtte niets van doen. 2. Nu op basis van de verklaringen van de getuigen [getuige] en [werknemer van geintimeerde sub 1] in onderling verband en samenhang bezien, als vaststaand moet worden aangenomen dat [getuige] het betreffende dossier op woensdag 27 januari 1999 (N.B. in het tussenarrest, dat in zoverre derhalve verbetering verdient, staat abusievelijk 26 januari 1999) aan [werknemer van geintimeerde sub 1] heeft overhandigd, is Concreet uit hoofde van het bepaalde in artikel 6:170 Rv aansprakelijk voorzover het te laat doorzenden van het dossier niet aan haarzelf, maar aan haar medewerker [werknemer van geintimeerde sub 1] valt te verwijten. 3. Nu het subsidiaire verweer Van Concreet reeds bij tussenarrest d.d. 7 april 2004 is verworpen, dient thans nog te worden bezien of het meer subsidiaire verweer van Concreet aan toewijzing van de vorderingen van [appellant] in de weg staat. Dit verweer houdt in dat, ook indien het verzoekschrift tot verlenging van de pachtovereenkomst tijdig zou zijn ingediend, door [appellant] geen schade zou zijn geleden, omdat die verlenging zou zijn geweigerd. Het hof merkt dienaangaande op dat de vraag in hoeverre [appellant] door het nalatig handelen van Concreet schade heeft geleden, beantwoording zal dienen te vinden in de schadestaat procedure. Nu aannemelijk is dat [appellant] ten gevolge van de niet verlenging van de pacht schade heeft geleden en die niet verlenging mogelijkerwijs enkel het gevolg is van het nalatig handelen van Concreet, staat dit verweer niet aan toewijzing van het gevorderde in de weg. 4. Het vorenstaande impliceert dat de grieven doel treffen en dat de vorderingen van [appellant] - welke voor het overige niet zijn bestreden - alsnog voor toewijzing in aanmerking komen. 5. In hetgeen hiervoor is overwogen ligt besloten dat het incidenteel appel, wat daar verder ook van zij, verder elk belang ontbeert. De slotsom 6. De vonnissen waarvan beroep dienen te worden vernietigd. De vorderingen van [appellant] zullen alsnog worden toegewezen, als na te melden. Concreet zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties. (in appel in totaal 2 punten tarief II). De beslissing Het gerechtshof: in het principaal en in het incidenteel appel: vernietigt de vonnissen waarvan beroep en opnieuw rechtdoende: verklaart voor recht dat assurantiekantoor Concreet V.O.F. toerekenbaar jegens [appellant] tekort is geschoten en onrechtmatig jegens [appellant] heeft gehandeld door niet tijdig de betreffende stukken met betrekking tot de beëindiging van de pachtovereenkomst door te sturen aan de rechtsbijstandverzekeringsmaatschappij; veroordeelt assurantiekantoor Concreet V.O.F. en haar vennoten [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 3] hoofdelijk, des dat de één betalende de anderen zullen zijn gekweten, om de ten gevolge van voornoemde toerekenbare tekortkoming c.q. onrechtmatige daad van assurantiekantoor Concreet V.O.F. door [appellant] geleden en te lijden schade te vergoeden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; veroordeelt assurantiekantoor Concreet V.O.F. en haar vennoten [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 3] in de kosten van het geding in beide instanties en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van [appellant]: in eerste aanleg op Euro 281,90 aan verschotten en Euro 1.560,-- aan salaris voor de procureur, in hoger beroep op Euro 295,18 aan verschotten en Euro 1.542,-- aan salaris voor de procureur; verklaart dit arrest voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde. Aldus gewezen door mrs. Mollema, voorzitter, Meijeringh en Breemhaar, raden, en uitgesproken door mr Mollema, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Mellink als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 29 september 2004.